De Wet van Oorzaak en Gevolg

De Wet van Oorzaak en Gevolg

Het leven is een echo. Wat je zaait, oogst je. Wat je geeft, komt terug. Wat je in anderen ziet, zit in jezelf. Wees een bron van liefde

Iedereen wil gelukkig zijn,
maar we zullen er vooral zelf aan moeten werken door anderen te helpen.

Dag,
bijzonder mens...


Webdesign by
Oorzaak en gevolg Karma Karma 2 Energie Gelukkig Hartinfarct Sigmund Freud Deepak Chopra Meditatie Contact

Oorzaak en Gevolg

Oorzaak en Gevolg

De Cluft

Welzijn en Gezond

In een dankbaar hart zal het altijd zomer zijn

Emmen

  Sociaal Cultureel Welzijn

De psychoanalyse van sigmund Freud


Sigmund Schlomo Freud (1856-1939) was een psychiater uit Oostenrijk-Hongarije.

Toen hij nog een kleuter was verhuisde zijn familie naar Wenen, daar bleef hij voor de rest van zijn leven.


Hij studeerde geneeskunde aan de Medicinale school in Wenen in 1873. Hierna specialiseerde Freud zich in de neurologie.


Daarna nam hij een veilige en goed betaalde baan in het ziekenhuis van Wenen. In dit ziekenhuis behandelde Freud psychologische anomalieën.

Hierdoor kreeg hij informatie waar hij zijn theorieën op zou funderen.


Hij ontmoette in 1885 in Parijs Jean-Marie Charcot die zelf neuroloog was. Charcot leerde Freud op een andere manier tegen geestenziektes kijken, door middel van klinische systemen om hier inzicht in te krijgen.

Charcot wist vooral veel te vertellen over Hypnose. Hij werkte een tijdje later met Breuer. Samen met hem stelde hij een theorie op dat neuroses hun oorzaak verlenen aan traumatische ervaringen.

In 1900 publiceerde Freud The interpretation of dreams, dat wordt beschouwd als zijn grootste werk. In 1903 verschenen drie essays over de theorie van seksualiteit.

In 1938 verhuisde Freud naar Londen waar hij tot zijn dood in 1939 zijn ideeën verder aanpaste en uitwerkte.

Ijsberg van Freud

Volgens Freud is de menselijke geest vergelijkbaar met een ijsberg.

De menselijke geest is opgebouwd in 3 bewustzijnsniveaus:

1. het bewuste niveau


2. het onderbewuste niveau

3. het onbewuste niveau.

Het bewuste deel is 10 % zichtbaar boven het water en het onderbewuste en onbewuste deel behoren tot de 90 % die onder het water bevinden.



2. ICH

 Een synoniem voor Ich is ego.

Het regulerend deel van de persoonlijkheid die na de geboorte ontwikkelt, deel van de persoonlijkheid dat via perceptie in contact staat met de buitenwereld. Het herinnert, evalueert, plant, en reageert en handelt in de fysieke en sociale wereld.

- Taak van de Ich= zelfbehoud v. individu

Het Ich is realistisch, redeneert en controleert de driften door hun bevrediging
uit te stellen, af te remmen of te oriënteren naar aanvaardbare doelstellingen.

- 'Ich' optreedt als bemiddelaar tussen Es en Über-ich

De buitenwereld veroorzaakt ondanks de verzorging en bescherming frustraties bij de zuigeling omdat bepaalde externe doelstellingen niet worden aanvaard als bevredigingsobjecten voor de impulsen uit het Es. Dit leidt tot een omvorming van het irrationele Es-gedrag tot het meer rationele Ich-gedrag.

Wordt afgebeeld als: half het bewuste, voor een kwart in het voorbewuste, en voor een ander kwart in het onbewuste.

- Ich-gedrag, de interactie met de buitenwereld, situeert zich op het bewuste niveau.

- Het blijft zich het hele leven ontwikkelen, vooral in situaties waarin er sprake is van dreiging, ziekte of moeilijke levensomstandigheden.


3. ÜBER-ICH

- Synoniem voor Über-ich is superego.

Ontstaat door een identificatieproces met de sanctionerende (=
belonende en straffende) ouders. De ouderlijke attitudes en gedragsregels worden overgenomen (= introjectie), voornamelijk gedurende de fallische fase.

Funtie: censurerende kracht ten opzichte van het Es.

- Über-ich is dus het innerlijke, verbiedende aspect van de persoonlijkheid (= geweten).

- Door het Über-ich weet het individu wat goed en kwaad is. Het Über-ich geeft dus de moraal weer en de idealen die het individu wil bereiken. Het vormt de neerslag van de cultuurnormen in het individu.

Het Über-ich is ook verantwoordelijk voor gevoelens van schuld en schaamte. Het Über-ich is zowel met het Es als met het Ich in conflict.

- Kan zowel op het bewust als op het onbewust niveau functioneren.

Vb: - Het Über-ich op het bewuste niveau : dat je een bepaalde handeling niet doet omdat je van oordeel bent dat die in strijd is met je morele normen.


Freuds psychosexuele ontwikkellingsfasen

Sigmund Freud heeft een specifieke idee van wat kinderen doormaken vanaf hun jongste leeftijd. Hij slaagt erin om zijn ideeën in vijf verschillende fasen te onderscheiden.

Orale fase (geboorte tot 1,5 jaar)
De orale fase is de eerste fase van deze ontwikkeling. Dit gebeurd op de eerste 18 maanden. In deze fase ontstaat er een band tussen een kind en haar/zijn moeder. De focus ligt bij de mond. De lust wordt gehaald uit de borsten van de moeder, duimpje en voorwerpen. In dit stadium heeft het Es de grootste invloed omdat het Ich nog in ontwikkeling is. Zijn handelingen zijn dus gebaseerd op lustprincipe.


Anale fase (1,5 tot 2 à 3 jaar)
In de tweede fase begint het kind alles helemaal alleen te willen doen. Het kind wordt geïntrigeerd door de erogene zone van de anus. De peuters willen in deze fase hun eigen zin doorzetten zonder dat er een oppositie is. Het kind probeert dus zelfstandig te zijn wat frustrerend kan worden voor de ouders. De anale fase vormt een conflict tussen het Es, Ich en Über-ich.


Fallische fase (3 tot 6 à 7 jaar)
In de derde fase zijn de geslachtsdelen volgens Freud belangrijk. Men moet natuurlijk nog is het achterhoofd houden dat een kind nog een kind is en dus nog onvolwassen is. Kinderen beginnen in een bewuste manier hun lichaam te ontdekken, niet alleen die van hen maar ook van andere kinderen en van de ouders.
Kinderen gaan zich vaak aangetrokken voelen door hun ouders. Meisjes zullen aangetrokken worden door de vaders en jongens door hun moeder. Zo kan er het gevoel ontstaan dat bijvoorbeeld een meisje in concurrentie is met haar moeder voor de vader. Voor jongens gebeurt het natuurlijk ook maar andersom.
Nadien ontstaat er jalousie tussen meisjes en jongens omdat ze beseffen dat het niet hetzelfde geslacht hebben. Dit lijdt voor de jongens tot castratieangst. Dit noemen we penisnijd.


Latentie fase (7 tot 11 à 12 jaar)
Na de derde komt natuurlijk de vierde fase. Het kind hecht hier minder interesse aan zijn geslachtsdelen en die van anderen. Zij willen tal van dingen weten over wat er rondom hen gebeurd. Ze zullen meer abstract denken.


Genitale fase (12 tot volwassenheid)
De vijfde en laatste fase van de psychoseksuele fase is de genitale fase. Deze fase kan men beschrijven als een evolutie van de seksualiteit. Het kind wordt nu volwassen en dus is een orgasme, ejaculatie en zwangerschap mogelijk. De persoonlijkheid van het kind/ volwassen wordt dan omschreven als een persoon die tevreden is met zichzelf als alles optimaal verlopen is natuurlijk. De persoon is geduldig, moedig,… Het individu toont dan ook interesse in heteroseksueel contact.


Kritiek op Freud

Er werd veel kritiek geuit op de ideeën van Freud. De kritiek spitste zich voornamelijk toe op de volgende drie punten:

1. Gesloten systeem:

De theorie van de psychoanalyse past in een gesloten systeem, waarbij meningsverschillen niet mogelijk zijn. De psychoanalyticus analyseert en interpreteert. Een eigen meningsvorming, het er niet mee eens zijn, wordt afgedaan als onbewuste weerstand en afweer. De kritiek richt zich er op dat er geen controle mogelijk is door het ontbreken van een wetenschappelijk kader.

2. Victoriaans tijdsbeeld:

De theorieën van Freud moeten worden geplaatst in de tijd waarin ze zijn ontwikkeld: een strenge, Victoriaanse tijd waarin alles wat met seksualiteit te maken heeft, taboe is. Victorianen zijn preuts. Seksualiteit wordt gezien als middel tot voortplanting en behoort alleen toe aan gehuwde volwassenen. Sigmund Freud past wat betreft relaties, huwelijk en gezin in het Victoriaanse tijdbeeld. Het kenmerkende in dit tijdsbeeld is dat in de opvoeding iedere vorm van vroegkinderlijke seksuele interesse de kop wordt ingedrukt.

3. Determinisme:

Het determinisme is de leer van de onvrije wil. Alles wat gebeurt, wordt voorafgegaan door vaststaandeoorzaken. Voorafgaande omstandigheden bepalen het gebeuren. Ditzelfde geldt voor het willen. Het kind heeft niets in te brengen, maar is ten prooi aan driften, opvoeders en maatschappij.


1. Het bewuste deel

Het is een deel waar je bewust van bent. Dit zijn de gedachten en de gevoelens. Bv: de kennis en vaardigheden zoals het muzikaal talent, blij zijn, taalkennis.

2. Het onderbewuste deel

Het is een midden niveau tussen het bewust- en het onbewust zijn. In dit niveau zit onze kennis en herinneringen uit het verleden opgeslagen. We hebben gemakkelijk toegang tot deze gegevens en kunnen ze naar ons bewuste niveau brengen.

3. Het onbewuste deel

Dit is het laatste deel van onze geest, volgens Freud hebben we enkel toegang tot dit niveau via dromen. In dit niveau zijn al onze beschamende ervaringen, seksuele verlangens, angsten, gewelddadige motieven, onderdrukte herinneringen en andere donkere gedachten opbergt.

1. ES

- Es = oudste deel van de persoonlijkheid.

De pasgeborene heeft alleen nog maar een Es, het is een reservoir van impulsen, energie en libido. Het redeneert niet, gaat blindelings te werk volgens het principe: Ik wil wat ik wil wanneer ik het wil.

Functie: onmiddellijke bevrediging van de driften, om opnieuw een spanningsloze lustvolle toestand te verkrijgen.


- Es-gedrag wordt geleid door het lustprincipe.

Vb.Het gedrag van het kleine kind komt het dichtst bij de werking van het zuivere Es in de buurt. Het nog gesocialiseerde kind is impulsief; het kan moeilijk de vervulling van zijn wensen uitstellen: het wordt in zijn handelingen gedreven door het lustprincipe. Het gedrag wordt dus bepaald door het
Es.